De matrijs bij extrusie is het essentiële hulpmiddel dat de kern van het proces bepaalt: het creëren van een continu voorwerp met een specifiek, vast dwarsdoorsnede-profiel. Het is het punt van transformatie waarbij het amorfe, hooggeperste smeltproduct van de extruder zijn uiteindelijke vorm krijgt. De rol van de matrijs is veelzijdig. Ten eerste moet deze bestand zijn tegen zware bedrijfsomstandigheden, waaronder hoge temperaturen (vaak 200-300°C voor kunststoffen) en intense druk. Ten tweede moet de interne geometrie zo worden ontworpen dat de uitdagingen van de smeltstroming worden overwonnen. Het ontwerpproces omvat het anticiperen op en compenseren van het visco-elastische gedrag van polymeren, met name het opzwellen na de matrijs (die swell). De matrijsopening is daarom doorgaans kleiner en van andere vorm dan het gewenste eindprofiel. Het interne stroompad moet gestroomlijnd zijn om dode hoeken te voorkomen waar materiaal kan stagneren en achteruitgaan, en het moet de smelt zodanig verdelen dat deze met een gelijkmatige snelheid de matrijslippen verlaat. Voor een eenvoudige plaatmatrijs betreft dit een kledinghanger-vormige verdeelkamer; voor een complex profiel is het stroomkanaal een op maat ontworpen volume. De precisiebewerking, hoogwaardige staalsoort en spiegelgladde afwerking van de matrijs zijn allemaal gericht op één doel: het produceren van een extrudaat dat minimale nabewerking vereist en consequent voldoet aan alle dimensionele, esthetische en functionele specificaties. De matrijs is zonder overdrijving het meest cruciale onderdeel bij het bepalen van het succes en de kwaliteit van een extrusieproces.